Ellen van Selm, burgemeester van Opsterland (onderdeel van het Friese Beetsterzwaag en voorzitter van samenwerkingsverband P10), had graag op het podium gestaan tijdens de afgelaste werkplaatsbijeenkomst van 19 maart. Als alternatief vonden we Ellen bereid om het spits af te bijten van deze nieuwe rubriek: daarin krijgen bestuurders het woord en spreken zij zich uit over een aantal stellingen rond interbestuurlijk samenwerken.

Foto: Jirri Büller.

Ellen van Selm: “Ik was gevraagd om daar het gesprek aan te gaan met collega bestuurders. Over hoe zij zich verhouden tot – en bijdragen aan – de verschillende gebiedsopgaven. Dat leek mij nou een mooie intervisie-achtige vraag. Aan de ene kant wil je experimentele projecten alle ruimte bieden en tegelijkertijd heb je voortdurend verschillende belangen te wegen.”

“Laat ik om te beginnen eerst even aangeven dat in deze bijzondere tijd ieders gezondheid uiteraard voorop staat. Alleen waar mogelijk en passend blijven we uiteraard ook bezig met gebiedsplannen, maar wel in deze volgorde.”

Stelling 1: Mijn eigen rol en bijdrage aan het realiseren van (interbestuurlijke) regionale ambities is klip en klaar.

Ellen: “Mijn antwoord op deze stelling is Ja! Ik denk dat breed kijken naar de opgave en je eigen aandeel in de oplossing nemen, het uitgangspunt moet zijn. In mijn geval probeer ik ook publicitaire aandacht te geven aan het feit hoe belangrijk het is dat wij als overheden onszelf inspannen samen te werken. En dat we niet van onze inwoners verlangen dat zij de gaten dichtlopen tussen de instanties. Ik lever die inspanning zelf ook. Daarnaast zijn wij als gemeente één van de zeven partners in het IBP-programma Aldeboarn/De Deelen. Ik volg dat proces met grote belangstelling, onze wethouder Anko Postma neemt actief deel. En daar waar dat kan zou ik graag meer willen doen. Bijvoorbeeld bij de overgang van de pilotfase naar bredere toepassing. Dat is permanent monitoren en aftasten. Samenwerkingsprocessen hebben ook hun eigen ritme en tijd nodig om succesvol te worden.”

Stelling 2: Dat interbestuurlijk samenwerken was een leuk experiment, maar ik snak naar het moment dat we weer gewoon kunnen doen.

“Niet eens. Of deze manier van werken tot meer resultaat heeft geleid of zal gaan leiden ten opzichte van de meer traditionele aanpak, kan ik nu nog niet zeggen. Het biedt in mijn ogen wel meer garanties voor integrale en multidisciplinaire oplossingen. Uitgaande van wat een gebied nodig heeft wordt er van de samenwerkende overheden een bijdrage in de oplossing gevraagd. Ik hoor van alle betrokkenen dat dit dus wel de manier is om de vele -en soms uiteenlopende- belangen te bundelen en te kanaliseren. Ik ben in ieder geval heel tevreden met deze experimentele vorm van samenwerking tussen overheden. De gebiedsopgaven hebben een lange horizon en zijn niet gehouden aan kabinetsperiodes. Mooi is dat die opgaven centraal staan in de inzet van de overheden, en niet de overheden zelf.”

Tot slot: aan welke collega bestuurder wilt u het stokje doorgeven? 

“Ik ben benieuwd hoe Maikel van der Neut (wethouder en locoburgemeester gemeente Berkelland) reageert op deze stellingen. Ik zou er nog wel een stelling aan toe willen voegen, namelijk: Een vitaal platteland vraagt vitale dorpen met hechte dorpsgemeenschappen die de leefbaarheid van het platteland garanderen.”