InZoomsessie Zuid-Limburg

“In andere gebieden spelen vergelijkbare vraagstukken. Die zou ik meer op moeten zoeken.” Het is één van de voornemens van projectleider Bouke Sibbing (provincie Limburg). Sinds twee jaar wordt in Heuvelland onder de paraplu van het IBP VP integraal samengewerkt aan gebiedsontwikkeling. Samen met Rene Cleef van de gemeente Voerendaal blikt Sibbing terug én vooruit tijdens een online sessie. “Ja er zijn zeker meters gemaakt, en tegelijkertijd zijn we nog maar net begonnen.”

Vraagstukken in Heuvelland concentreren zich op nutriëntenbelasting, water- en modderoverlast en afspoeling van grond. “Onze hoofdopgave richt zich op de agrarische gronden, met een focusgebied waar we ons de komende drie jaar op richten.” Onderdeel van het plan is het bezoek aan 150 boeren. “In ‘keukentafelgesprekken’ pakken we integraal meerdere thema’s op.” Een proces dat door COVID-19 helaas vertraging oploopt. Sibbing: “Anders waren we verder geweest. Natuurlijk kun je online zaken bespreken, maar fysiek elkaar ontmoeten heeft toch mijn duidelijke voorkeur.”

Sibbing hoopt met het IBP VP-proces de betrokkenheid van partijen te vergroten, en dan vooral van de Limburgse Land- en Tuinbouw Bond (LLTB) en diverse gemeenten. “Door het samenwerken van gemeenten met provincies en waterschappen krijgen we meer slagkracht. De gemeenten in dit gebied zijn over het algemeen vrij klein, waardoor je vaak ziet dat binnen een gemeente slechts één beleidsmedewerker voor van alles verantwoordelijk is.”

IBP VP begint te leven
Het IBP VP-proces krijgt van beide heren desgevraagd een ruime voldoende: “Onder andere omdat we het afgelopen jaar konden starten met satellietbedrijven. Dat is een aantal grotere boerenbedrijven, dat een set maatregelen uittest, ontwikkeld door de WUR (Wageningen University Reserach). Dan heb je het over aanpassingen van machines, maar ook teelt-technische veranderingen en aanpassingen van processen.” Sibbing merkt dat IBP VP meer begint te leven, omdat er “steeds meer vragen over het proces binnenkomen”.

Ook Cleef is overwegend positief: “Door het IBP VP krijgen projecten in ons gebied meer slagkracht, en de beschikking over meer know how en instrumentarium en budget.” Tegelijkertijd vindt hij dat er met het oog op het in de markt zetten van de projectorganisatie nog wel een tandje bij kan. “Die organisatie moeten we nader vormgeven en bestuurlijk ergens onder brengen.”

Behoefte aan ondersteuning
Na de zomer wil Heuvelland Zuid-Limburg met het oog op de plannen voor het gebied een samenwerkingscontract tekenen. “De plannen wachten onder andere nog op financiering vanuit het Rijk.” Sibbing verwacht dat die ondertekening de ‘hechting’ van partijen aan het IBP VP-proces zal verbeteren. “Omdat dan als het goed is glashelder is welke en hoeveel inspanning we van iedereen verwachten.”

Qua geleerde lessen hebben de diverse IBP VP-sessies Sibbing in laten zien, dat in diverse gebieden vergelijkbare problematiek speelt. Hij onderstreept dat het voor IBP VP tijd is om de stap te maken van de – vaak vrij abstracte – afspraken rondom het proces, naar de praktijk: “Ik heb behoefte aan ondersteuning bij de concrete uitrol van praktijkprojecten. Een meer thematische aanpak zoals in de meest recente online sessies, waarbij je met meerdere gebieden samen dieper ingaat wordt op deelthema’s als mest en kringlooplandbouw.”

Niet alleen
Is er dankzij IBP VP iets onomkeerbaars op gang gekomen in Zuid-Limburg? Cleef: “We zitten nog te vroeg in het proces om dat te beweren. Maar het besef dat je ‘het niet alleen kunt’ is er zeker.”