Leer van andere gebieden, werk aan vertrouwen en onderbouw je pilot

Meer dan de helft van alle vraagstukken in IBP VP-gebieden gaat over wetgeving en experimenteerruimte. Welke randvoorwaarden zijn van belang om ruimte voor het experiment te creëren, en hoe beweeg je van praten naar uitvoering? Leer van oplossingen die in andere gebieden al in de maak zijn, bouw aan vertrouwen en zorg voor een wetenschappelijk onderbouwde pilot, zo luidden enkele van de adviezen, tijdens de IBP VP online werksessie ‘Verduurzaming landbouw’ op 4 juni 2020.

In 2 minuten

Wat opvalt op bij verduurzamen in IBP VP-gebieden die het woord kregen

  • In alle gebieden speelt het participatievraagstuk rondom agrariërs. Hoe zorg je ervoor dat zij voldoende kunnen inbrengen en hoe motiveer je hen vervolgens om langjarig zorg te dragen voor aangepast beheer en onderhoud van gronden?
  • Voor ondernemers blijkt het goed te werken als er in verband met kringloopdenken kan worden gestuurd op KPI’s (kritische prestatie indicatoren).

Over wetgeving en experimenteerruimte

  • Pilot Wintervoorploegen: Bijzondere vrijstelling om gras al in de winter te scheuren, waardoor het toepassen van glyfosaat wellicht niet meer nodig is.
  • Eytemaheert: Aanpassing om normale fosfaatregelgeving voor melkvee van toepassing te laten worden op dit bedrijf, zodat ze de Blaarkoppen mogen gaan melken.
  • Andere gebieden kunnen leren van dit soort voorbeelden; het is nu echt tijd om als gebieden samen stappen te zetten om te bekijken waar ruimte zit en hoe hier mee om te gaan.

 

Net als bij de vorige edities van online werksessies (op 16 april voor veehouderij op zandgrond en op 6 mei voor veenweidegebieden) was ook deze sessie bedoeld ter verdieping. Centraal stond het vergroten van uitwisseling van kennis en leren van elkaar, waarbij specifiek werd ingezoomd op een thema waarover in vrijwel alle IBP VP-gebieden vragen leven: wetgeving en experimenteerruimte. Voordat nader op deze thematiek werd ingegaan, gaven afgevaardigden uit Heuvelland, Drents Plateau, de Zuidwestelijke Delta en het Westerkwartier een toelichting op de van zaken in hun gebied.

Vrijwillig en langjarig

René Cleef (gemeente Voerendaal) trapte af met een schets van de plannen voor Heuvelland Zuid-Limburg. Vraagstukken in dat gebied concentreren zich rond nutriëntenbelasting, water- en modderoverlast en afspoeling van grond. “Onze hoofdopgave richt zich op de agrarische gronden, met een focusgebied waar we ons de komende drie jaar op richten.” Onderdeel van het plan is het bezoek aan 150 boeren. “In ‘keukentafelgesprekken’ pakken we integraal meerdere thema’s op.”

Knelpunt waar ze volgens Cleef in Heuvelland bijvoorbeeld bij het deelproject water- en modderoverlast tegenaan lopen, is het feit dat men vrijwillig moet willen bijdragen. Hoe zorg je voor voldoende participatie van agrariërs en hoe motiveer je hen vervolgens om langjarig zorg te dragen voor aangepast beheer en onderhoud van gronden? In diverse reacties via de chat klinkt herkenning door: “We proberen nu veranderingen van de grond te krijgen met impulsgelden. Daar kun je pilotprojecten mee bekostigen, maar geen langjarig verdienmodel op baseren”, luidt een van de reacties.

Vervolgens ontspint zich een levendige discussie rondom de vraag hoe je boeren betrekt, en hoe je daarbij om moet gaan met de spanning tussen vrijwillig en handhaven? Het antwoord van de online aanwezige agrariërs is helder: “Het moet voor agrariërs ook interessant zijn, dan doen ze toch wel mee” en “We zien in de praktijk dat de eerste positieve beïnvloeding in de nabije buurt ontstaat. Zichtbaarheid is helpend hierin. Mensen kennen en vertrouwen. Praktijkvoorbeelden in alle openheid delen”, en ook: “Sluit aan bij hun eigen visie. Praat niet over uitspoeling van nutriënten naar oppervlaktewater, maar hoe ze meer nutriënten in hun eigen gewas kunnen behouden.”

 

Oude systemen en schaalgrootte
Na Cleef neemt Rianne Vos (provincie Drenthe) het woord, namens het Drents plateau: “Wij hebben drie deelprojecten waarbij het meest sprake was van ‘schurende samenwerking’ ingebracht bij IBP Vitaal Platteland. Met de hoop dat we beter leren faciliteren als overheden.” Binnen de deelprojecten wordt elk op eigen wijze gewerkt aan kringlooplandbouw. “Waarbij een oud systeem van boermarkes (gezamenlijk, gedeeld beheer van gronden) opgeld maakt om nieuw leven te worden ingeblazen.” Ook in Drenthe zoekt men nog steeds naar de juiste, integrale samenwerking met diverse partners. “En hoe organiseer je dan de kennisdeling?”

Ook in de Zuidwestelijke Delta (groot gebied dat Zeeland en een deel van West-Brabant beslaat) wordt gericht gewerkt aan drie projecten, of liever gezegd drie ‘broedplaatsen’, aldus Judith van Zuijlen (provincie Zuid-Holland). “Die focus hebben we aangebracht in verband met de enorme omvang van ons werkgebied. Thema’s van de broedplaatsen zijn: volhoudbare landbouw, genieten/beleven van de Delta en een duurzame aanvoer van zoet water.” Het proces is volgens Van Zuijlen redelijk snel opgestart, maar loopt nu wel enige vertraging op wegens Corona. Daarbij is het nog koffiedik kijken in hoeverre dit een financiële druk op alle plannen gaat leggen.”

Voor een inkijkje in de broedplaats Zoet Water geeft Van Zuijlen vervolgens het stokje door aan Kitty Henderson (gemeente Schouwen-Duivenland). Bij dit project wordt onder meer gezocht naar manieren om regen op te vangen en te bewaren. “Centrale vraag is ‘hoe houd je het zoetwater vast?’ Hiervoor voeren we een aantal project uit, in nauwe samenwerking met agrariërs en onder begeleiding van landbouworganisatie ZLTO.” Een lastige factor bij het stroomlijnen van de processen in dit IBP VP-gebied is de schaal. “Het is een enorm gebied. Hoe houd je dan vast aan een gezamenlijk verhaal, en blijf je kennis delen?” Zo luidt een van de commentaren in de chat.

Integraal sturen met KPI’s
De laatste van de vier gebieden die aan bod komen, is Westerkwartier. Gert Jan Stoeten (Collectief Groningen West) vertelt hoe 40 boeren experimenteren, in het kader van drie thema’s: het realiseren van een bedrijfskringloop met verregaande inbreng van reducties, het voeden de bodem waardoor deze gezond en biodivers is, en het creëren van een integrale korte productieketen, inclusief het verbreden van een beter verdienmodel voor de landbouw. “Elke ondernemer zal een andere route kiezen om uiteindelijk zijn of haar doelen te bereiken. Kringloop denken vraagt van overheden dat er onder andere moet worden gekeken naar andere vormen van vergunningverlening.

KPI’s Westerkwartier.

“Voor ondernemers blijkt het goed te werken als er kan worden gestuurd op KPI’s (kritische prestatie indicatoren)”, vertelt Stoeten, waarop hij vervolgens een taartdiagram (zie afbeelding) toont van de KPI’s die in het Westerkwartier een sleutelrol blijken te vervullen. Een insteek waar ook andere gebieden al mee bezig zijn, zo blijkt uit de chat: “De oplossing voor de spagaat waar we het eerder over hadden, namelijk die tussen vrijwillig of verplicht meedoen als agrariër, ligt in het kunnen sturen op doelen. Daarom zijn projecten met KPI’s zoals het Westerkwartier toont razend interessant en belangrijk. Voor de overheden ligt er dan de opdracht het juridisch systeem hierop in te richten.”

Stappen zetten in experimenteerruimte
Het thema wetgeving en experimenteerruimte blijkt in allerlei discussies rondom IBP Vitaal Platteland steeds weer op te duiken: “Uit een inventarisatie van gebiedsplannen over 2019 (zie afbeelding 1) met het oog op wetgeving- en

Afb.1. Inventarisatie IBP VP-vraagstukken.

experimenteerruimte, blijkt dat meer dan de helft van de vraagstukken op het gebied van wet- en regelgeving, over mest en bodem gaat”, zo lichtte LNV-verbinder Jitske van Laar toe. In veel gebieden blijken overlappende vragen te leven, “Bijvoorbeeld over afvalstromen en bokashi. Dus je hoeft niet overal het wiel opnieuw uit te vinden. Dit biedt perspectief om van elkaar te leren.” Een deel van de vragen was heel concreet en is ook al opgepakt met de vraagstellers, zoals bijvoorbeeld het project Wintervoorploegen (zie sheets hieronder). Daarbij kunnen wij als LNV-verbinder helpen door het leggen van links met de juiste beleidsmedewerkers en programma’s.”

De tijd is volgens Van Laar nu rijp om gezamenlijk als gebieden te kijken hoe er stappen kunnen worden gezet rondom wetgeving en experimenteerruimte. Ze wijst op stappen om deze ‘hoe-vraag’ zo gericht mogelijk op te lossen (zie afbeelding 2): “Dan start je met vragen als ‘wat zit er nou echt dwars, waar lopen ondernemers tegenaan?’ Vervolgens is het belangrijk dat je om je heen kijkt: waar in Nederland speelt dit nog meer? En soms is er al een oplossing in de maak.” Daarbij moet je je volgens van Laar realiseren dat analyse tijd kost. “Voor het vinden van echte knelpunten en oplossingen moet je samen de diepte in.”

Afb. 2. Stappen i.v.m. experimenteerruimte.

Wat volgt is een ‘bochtig proces’ naar de oplossing: van het geven van meer experimenteerruimte en het bespreken met de handhaving, tot en met structurelere antwoorden. “Als je daar gezamenlijk voor gaat, en afspraken maakt over het proces om dat voor elkaar te krijgen, dan houd je elkaar scherp op het boeken van resultaten. Dan gebeurt er echt wat!”

Bijzondere vrijstelling vroeg scheuren
Giske Warringa-van Es (boerin en projectleider) gaf uitleg hoe zij samen met Drentse collega’s al aan de slag is met een oplossing waarbij experimenteerruimte nodig is: de pilot ‘Wintervoorploegen’. Deze scheurproeven in Drenthe vallen onder een deelprogramma van het IBP-VP Drents Plateau en sluiten aan bij ‘het provinciale programma ‘Duurzame melkveehouderij’.

Meer over dit project is te lezen in een onlangs gepubliceerd verhaal op de website van Werkplaats Vitaal Platteland.

Normaliter gaat de overgang tussen grasland (als rustgewas) en akkerbouw gepaard met het ‘platspuiten’ van het gras met glyfosaat. Daar komt de laatste jaren steeds meer kritiek op. “Het experiment is dat we het gras al in de winter scheuren, waardoor het toepassen van glyfosaat niet meer nodig is. We grijpen daarmee terug op hoe we dit vroeger deden”, legt Giske uit. Omdat de huidige regelgeving het vroegtijdig scheuren verbiedt omdat hierbij stikstof kan vrijkomen, was voor deze kleinschalige proef een bijzondere vrijstelling nodig. Voor de aanvraag van de experimenteerruimte heeft Giske dan een plan van aanpak moeten aanleveren, “met daarin duidelijk omschreven waar we precies vrijstelling voor nodig hadden en wat we met de proef willen bereiken.”

Fosfaatvrijstelling melkvee dubbeldoel koeien
Ook Maurits en Jessica Tepper, eigenaren van de Drentse onderzoeksboerderij Eytemaheert, worden dagelijks geconfronteerd met wetgeving en andere randvoorwaarden. Zaken die het realiseren van een bedrijf met een volledig gesloten kringloop in de weg kunnen staan. “Zo is de financiering van het onderzoek dat op ons bedrijf wordt gedaan nog niet rond. Wij doen daarom nu nog alles met eigen middelen.” Tepper werkt aan het verbeteren van de bodem, om zo de biodiversiteit te vergroten en de productie van gezond en hoogkwalitatief voedsel te verwezenlijken. Om dit te bereiken houden hij en zijn vrouw Groninger Blaarkop koeien, die door hun begrazing en hun bemesting heel waardevol zijn. Zie ook www.eytemaheert.nl.

Het specifieke knelpunt waarvoor de samenwerking met LNV al vruchten heeft afgeworpen, is dat er een speciale uitzondering moest worden gemaakt om te zorgen dat Eytemaheert de Blaarkoppen ook mocht gaan melken. Dit leek iets puur administratiefs wat ervoor zou moeten zorgen dat de normale fosfaatregelgeving voor melkvee van toepassing werd op het bedrijf, maar omdat vrijwel geen enkel bedrijf een dergelijke overstap maakt, had dit toch meer voeten in de aarde.

Het verhaal van de familie Tepper kan op veel positieve feedback rekenen in de chat: “Mooi voorbeeld van hoe je met een ander en vooral slim bedrijfssysteem een robuuste, duurzame bedrijfsvoering krijgt” en “goed bezig Maurits en Jessica”. Waarop de familie Tepper zelf reageert met de opmerking: “Koester de boeren die het al doen!”

Opnieuw volgt een levendige discussie via de chat, afgesloten met een kernachtige samenvatting van Michel Berkelmans, beleidsmaker bij het ministerie van LNV: “Bij het beantwoorden van vragen rondom wetgeving en experimenteerruimte, moeten we samen met alle belanghebbenden bouwen aan vertrouwen. Daarbij is een verantwoorde, wetenschappelijk onderbouwde pilot randvoorwaarde.”

Tijdens de discussie in de chat werd onder andere teruggegrepen op eerdere opmerkingen over het gebruik van KPI’s. “Die indicatoren zouden een mooie basis kunnen vormen voor een integrale vergunning, dus waarbij je verschillende vergunningverleningen die soms ook tegenstrijdig zijn op elkaar afstemt.” Diverse mensen reageerden met de opmerking dat zij zeer geïnteresseerd zijn in een vervolgsessie, specifiek over vergunningverlening. Een sessie die wellicht vorm krijgt in een nieuw online format dat het Programmateam van IBP Vitaal de komende maanden wil inzetten: het IBP VP Café.

Een volgende keer ook meepraten? Houd dan onze agenda in de gaten.